Vrede begint bij jezelf – deel 2

In deel 1 heb je kunnen lezen hoe belangrijk Nelson Mandela zelfbeheersing vond om vrede tot stand te kunnen brengen, dat het loslaten van negatieve emoties zoals woede en frustratie een keuze is. Als hij die keus niet had gemaakt, dan had hij zichzelf de rest van zijn leven gevangen gezet in zijn eigen destructieve gedachten. Ook heb je kunnen lezen hoe hij leiding gaf en de mensen om hem heen liet delen in zijn glorie. Tenslotte heb je een inkijkje gekregen in zijn Afrikaanse opvoeding en de invloed daarvan op zijn leven. Heb je deel 1 nog niet gelezen dan vind je dat onder deze link Vrede begint bij jezelf. Maar mijn artikel uit december 2013 dat nu weer zo actueel is, gaat nog verder in op de kwaliteiten van Nelson Mandela waarmee hij op een vreedzame manier aan vrede heeft gewerkt.

 

Impressiemanagement

Mandela wist zich te presenteren. Dat had hij niet alleen geleerd door koning Jongintaba zo nauwgezet te observeren, maar ook vanuit de harde realiteit van het apartheidsregime. Zwarte mensen werden over het algemeen niet op hun karakter beoordeeld, maar op hun uiterlijk. Daarom zorgde hij ervoor er altijd piekfijn uit te zien om een goede (eerste) indruk te maken. Uiterlijkheden zijn een weerspiegeling van de realiteit’, zei hij eens tegen Richard Stengel. Daarom ging zijn presentatie veel verder dan zijn kostuum. Neem maar die passage over moed (zie deel 1). De manier waarop je wilt overkomen, kun je als een acteur spelen, vond hij. Zijn ervaring was dat het je dichter kan brengen bij de persoon die je wilt zijn. Na zijn vrijlating uit de gevangenis en zijn uitspra­ken over het achter zich laten van alle vernederingen, alle onrechtvaardige behandelingen, alle boosheid en wrok, was hij een symbool geworden. Dat begreep hij en ook dat symbolen vaak meer invloed hebben dan de inhoud. Over het effect van zijn acties op de kiezers en de media dacht hij dan ook diep na voor hij tot uitvoering overging. Hij was voortdurend als een strateeg aan het wikken en wegen om de juiste actie, de juiste presentatie en het juiste tijdstip daarvan te bepalen.

Hij was geniaal in wat sociologen ‘impressiemanagement’ noemen. Zijn strategische kwaliteiten en zijn grote discipline hebben hem daar ongetwijfeld bij geholpen. Hoewel hij al voor zijn gevangenis­periode zeer gedisciplineerd was, heeft het gevangenisregime met het dagelijks fysieke werk, een Spartaans dieet van graan en groenten, het vroeg-naar-bed-vroeg-opstaan schema dat alleen maar versterkt. Als strateeg hield hij zijn doel in de gaten en door zijn discipline kon hij zijn emoties be­heersen. Zijn motto was laat de buitenwereld zien wat je de mensen wilt laten zien. Hij liet de wereld zien dat hij niet verbitterd was, dat hij het verleden achter zich had gelaten en dat hij vooruit keek. Dat wilde niet zeggen dat hij vergeten was hoe hij door de blanke regering gediscrimineerd en Nelson Mandela6be­handeld was. Hij begreep heel goed dat het tonen van zijn woede over wat er gebeurd was zijn macht alleen maar zou verminderen, terwijl het beheersen ervan zijn macht juist groter zou maken. Dat maakte indruk. Zijn glimlach werd niet voor niets het symbool van de verkiezingen in 1994 waarbij zwarten voor het eerst hun stem mochten uitbrengen. Zijn glimlach was tegelijkertijd symbolisch voor de manier waarop Mandela zichzelf met zijn wilskracht had gevormd. Zoals Richard Stengel het beschrijft:

‘Tijdens elke fase van zijn leven had hij besloten wie hij wilde zijn. Hij creëerde dit personage en vervolgens de realiteit van die persoon. Hij werd wie hij wilde zijn.’

 Principes en strategie

Hoe belangrijk waren Mandela’s principes als het om het vaststellen van zijn strategie ging? Nou, hij had maar één principe en dat was gelijke rechten voor iedereen, onafhankelijk van ras, klasse of geslacht. De rest was eigenlijk alleen maar strategie. En wat zijn strategie bepaalde waren de voorwaarden en principes. Dus als de voorwaarden veranderden, wijzigde hij ook zijn strategie én zijn gedachten. Dat zag hij niet als een teken van besluiteloosheid, maar van pragmatisch zijn.

Wat hem daarbij hielp was uiteraard zijn opvoeding aan een Afrikaans hof waar blanken amper een rol speelden. Doordat hij opgroeide zonder racisme en daardoor ook geen lage verwachtingen had, zoals zoveel andere Afrikanen, had hij een groot zelfvertrouwen. En dat heeft hij nooit verloren.

Mandela dacht altijd in lange termijn termen. Natuurlijk werd hij tijdens zijn presidentschap van Zuid-Afrika niet alleen geconfronteerd met lange termijn vraagstuk­ken, maar ook met directe en urgente zaken. Welke beslissing hij ook nam, ze lagen allemaal in de richting van zijn lange termijn doelen.

Dat lange termijn denken van hem heeft een bijzonder randje. Hij beoordeelde mensen niet op hoe zij in een specifieke situatie reageerden, maar op hun hele leven en carrière. Daar heeft ongetwijfeld zijn tijd in de gevangenis aan bijgedragen. Hij kwam daar mensen tegen die buiten de gevangenis heroïsch waren en in de gevangenis uit angst dat leiderschap niet durfden te tonen.

Hoewel hij een voorstander van geweldloosheid was en persoonlijk een grote afkeer had van ge­weld, liet hij dit principe op een zeker moment toch los omdat de strategie van geweldloosheid zijn enige principe ondermijnde. Daarover zei hij:

‘Het hangt er van af aan welke voorwaarden je prioriteit geeft, die bepalen of je een vreedzame manier of geweld hanteert. En dat wordt uitsluitend door de omstandig­heden bepaald.’

 Vertrouwen

Ook al gebruikte de regering de geweldadigste methoden om de apartheid in stand te houden, Mandela was ervan overtuigd dat niemand met vooroordelen of als racist is geboren en geen mens van nature wreed is. Dat word je gemaakt door de omstandigheden, de omgeving of je opvoeding. Uit ervaring weet hij dat apartheid mensen wreed maakt en apartheid niet door wreedheid is ont­staan. Daardoor bleef hij vertrouwen hebben in mensen, tot het tegendeel bewezen was. Maar dan nog realiseerde hij zich dat niemand alleen goed of slecht is. Dat wilde niet zeggen dat hij naïef was. Nee, hij had besloten dat hij mensen wilde vertrouwen, omdat hij anders geen leven had. Dan zou hij altijd op zijn hoede moeten zijn.

Hij gebruikte dat ook wel als een soort tactiek: behandel mensen zoals jijzelf behandeld wilt worden. Daarom ging hij met respect met mensen om, zelfs mensen die het niet verdienden. Hij liet zich niet verlagen tot hetzelfde respectloze gedrag waarmee hij regelmatig geconfronteerd was of werd.

Regelmatig beïnvloedde hij mensen door die tactiek dusdanig dat ze hem met meer respect behan­delden dan ze dat anders zouden hebben gedaan.

Mensen vertrouwen houdt het risico in dat dit vertrouwen wordt beschaamd en dat gebeurde ook. Het meeste spijt heeft hij dat hij F.W. de Klerk, de toenmalige president van Zuid-Afrika, heeft ver­trouwd. Hoewel deze man hem de vrijheid gaf en Mandela later met hem de Nobelprijs voor de vrede deelde, is De Klerk de oorzaak van één van de weinige keren dat Mandela in het openbaar boos werd.

Dit is wat Mandela daarover zei:

‘Mensen zullen denken dat ik te veel goeds in mensen zie. Het is dus de kritiek waar­mee ik moet omgaan en ik heb geprobeerd mij daaraan aan te passen. Wellicht is de kritiek terecht, of is het iets waarvan ik denk dat het voordelen biedt. Het is goed om te handelen uitgaande van het feit dat anderen integer en eerlijk zijn. Als jij de mensen met wie je werkt zo benadert, kun je integriteit en eerlijkheid aantrekken. Daar geloof ik in.’

 Hij was niet bereid dat geloof op te geven.

Vijanden en rivalen kennen

Dat wilde niet zeggen dat hij zijn vijanden niet kende. Integendeel. Tijdens zijn training als amateur­bokser in de periode dat hij actievoerende advocaat was, had hij van zijn trainer geleerd dat hij om te winnen naast lichtvoetigheid en kracht zijn tegenstander moest leren kennen. In bokstermen be­tekent dat weten hoe je tegenstander reageert op een linker hoekstoot, of hij naar links of naar rechts zou bewegen na het incasseren van die stoot. Mandela wist dus dat hij zijn politieke tegenstander moest begrijpen en zijn zwakheden moest leren kennen, wilde hij hem kunnen verslaan. Toen hij opperbevelhebber van de militaire vleugel van het ANC werd, ging hij ondergronds en werd hij vogelvrij verklaard. In die periode begon hij zich niet alleen te verdiepen in de kunst van het oorlog voeren, maar ook in het leren van de Afrikaanse grammatica, de taal van de onderdrukker. Daarmee wilde hij zijn tegenstanders leren kennen. Maar wat er ook meespeelde om de taal te leren, is dat de Afrikaner hoe dan ook een rol zou spelen in het bereiken van een vreedzame oplossing van de apartheid. Zijn eigen woorden maken dat het duidelijkst:

‘Dat is uiteraard omdat een publiek figuur de beide hoofdtalen van het land wil be­heersen, en Afrikaans is een belangrijke taal die in het land door het grootste deel van de blanke bevolking wordt gesproken en door de meerderheid van de gekleurde be­volking. Het is een nadeel als je de taal niet zou beheersen.’ ‘ Weet je, als je Afrikaans spreekt, dan raak je hen in het hart.’

Bij de kunst van overreding hoorde voor Mandela vooral ook dat laatste. Spreek hun geest niet aan, maar raak hen in het hart. Dat deed hij ook bij zijn eigen aanhangers. Hoewel hij vaak de geest van mensen heeft aangesproken, wist hij dat de uiteindelijke overwinning alleen zou volgen als hij zijn tegenstanders ook in het hart raakte. Met andere woorden hij maakte gebruik van zowel mentale als emotionele mogelijkheden. Ook al maakte hij er gebruik van, het kwam wel echt uit zijn hart, anders hadden de mensen dat gevoeld.

Door zijn tegenstanders te leren begrijpen, zag Mandela ook overeenkomsten tussen de Afrikaan en de Afrikaner. De Afrikaners hadden onderdrukking ervaren door de Britten. Ze waren vernederd en behandeld als Kafferachtige tweederangsburgers. Dit is wat vaak voorkomt, ook in gezinssituaties: degene die zelf mishandeld en/of onderdrukt is, gaat dat later zelf ook doen. En dat is wat er ge­beurde. De Afrikaners gingen de Afrikanen onderdrukken. Puur vanuit angst, constateerde Mandela.

Om de Afrikaners in het hart te raken droeg Mandela tijdens een beslissende Nelson Mandela2rugbywedstrijd in het Ellis Park Stadium in Johannesburg de kleding en de pet van de Springboks. Zodra Mandela naar voren liep om de aanvoerder van het team te begroeten, begon het publiek, dat voor het over­grote deel uit blanken bestond, ‘Nel-son, Nel-son’ te zingen. Dat gebeurde op een moment dat het gevaar voor het bereiken van harmonie het grootst was en het was tegelijkertijd één van de spectaculairste momenten in de geschiedenis van sport en politiek. Eén van zijn vroegere mede­gevangenen zei daarover: ‘Dat was het moment waarop het mij meer dan ooit duidelijk werd dat de vrijheidsstrijd niet zozeer ging om het bevrijden van de zwarten van de slavernij, maar om het weg­nemen van de angst van de blanken.’ Mandela had de vijand begrepen en zich in hem ingeleefd en had zo de mensen in hun hart geraakt. De volgende stap was een vanzelfsprekende voor Mandela:

‘En als je je vijand hebt overgehaald, moet je je daarover niet verkneukelen. Het moment van je grootste triomf is het moment waarop je het meest barmhartig moet zijn. Je moet hen nooit en te nimmer vernederen. Je moet er in feite voor zorgen dat zij geen gezichtsverlies lijden. En dan moet je van je vijand je vriend maken.’

Helaas zit de wereld nog zo in elkaar dat je niet alleen met vijanden, maar ook met rivalen te maken kunt krijgen, zeker als je een hogere positie hebt bereikt. Dat besefte Mandela maar al te goed en hij ging er op zijn manier mee om. Hij wist dat loyaliteit van de omstandigheden afhangt en daarom maakte hij er ook nooit een halszaak van als iemand waarvan hij het wel verwachtte niet loyaal was. Hij was zelf in zijn jonge jaren ook een rivaal geweest van het oude leiderschap van het ANC.

Wat hij deed was zijn rivalen van heel dichtbij in de gaten houden en dan bedoel ik ook echt van heel dichtbij. Zoals hij het gedrag van zijn vijanden observeerde, deed hij dat ook bij zijn rivalen. Als hij ze dan tegenkwam, wenkte hij vriendelijk naar hen en vaak ging hij naast een rivaal zitten en pamperde hem met al zijn aandacht. Allemaal met het doel dat ze dachten dat het in hun eigen belang was om hem trouw te blijven. Het gaf zijn rivalen ook weinig ruimte om ontrouw te zijn.

Ja en nee zeggen

In nee zeggen was Mandela kennelijk een kei. Hij realiseerde zich namelijk dat als hij niet op het juiste moment nee zei, het later veel moeilijker zou zijn. Zijn nee was ook nee. Hij kwam niet met argumenten in de vorm van ‘Als dit …. dan zou het ja zijn’. Door een duidelijk nee zeggen voorkwam hij tegenargumenten. Bij beslissingen nemen hoort nu eenmaal nee zeggen en hij moest veel beslissingen nemen. Soms gebruikte hij nee zeggen als strategie, als hij zag dat een vertraging van een bepaalde situatie voordelig was. Dan nam hij die beslissing ook zonder zich daar verder zorgen om te maken. Het vertragen of zelfs voorkomen van nee zeggen omdat je dat zelf moeilijk vindt, vond hij verwerpelijk. Dan maar direct en duidelijk zijn, dat voorkomt op de lange termijn problemen.

Hoewel men verwachtte dat Mandela nadat hij uit de gevangenis kwam een zwart wit denker zou zijn, was het tegendeel het geval. Hij zag heel duidelijk de voordelen van grijswaarden. Tijdens de onderhandelingen over zijn eerste regering van het land liet hij de Nationalisten hun ambtenaren­baantjes houden en werd De Klerk vice-president. Hij nam deze beslissing vanuit wijsheid. Richard Stengel schrijft daarover:

‘Sommige mensen zullen categorisch ja of nee zeggen, alleen omdat zij denken dat het duidelijk lijkt. Maar als wij beide kanten van een vraag kunnen bezien, of mis­schien zelfs een aantal kanten, om zowel het goede als het kwade in gedachten te houden, zoals Mandela dat deed, dan zouden wij oplossingen kunnen vinden die wij anders niet hadden gezien. Deze manier van denken is veeleisend. Zelfs als wij ons eigen standpunt blijven aanhangen, stelt het ons in staat in de schoenen te gaan staan van degenen met wie wij het oneens zijn. Dat vraagt wilskracht, inlevingsvermogen en verbeeldingskracht. Maar de beloning, zoals Mandela dat laat zien, is iets wat in alle redelijkheid als wijsheid kan worden omschreven.’

Liefde

Als laatste de liefde. Volgens Richard Stengel was Mandela een romanticus, maar dan wel een pragmatische. Door zijn rol als anti-apartheidsstrijder was zijn publieke leven en zijn privé leven moeilijk te combineren. Toch heeft hij nooit het idee opgegeven dat er liefde in zijn leven zou zijn. Die droom heeft hem door die 27 jaren gevangenis heen gesleept. Hij had uit de gevangenis kunnen komen vol haat, wrok, woede, gebroken. Hij kwam eruit als een overwinnaar, omdat hij ervoor koos in liefde én vrede te blijven geloven. Zonder die droom had hij ook nooit vrede kunnen bewerkstelli­gen. Vrede stichten zonder liefde levert geen blijvende vrede op, want je moet mensen in het hart raken.

Om die vredestichter te kunnen zijn, heeft hij veel opgeofferd. Ook dat is een daad van liefde. Zijn gezinsleven, 27 jaren achter de tralies, zijn daar slechts twee voorbeelden van. Het is hem gelukt door de hiervoor beschreven kwa­liteiten, maar ook omdat hij regelmatig zijn eigen stilteplek opzocht. Zijn stilteplek was tuinieren. Dit zijn de woorden die Mandela daarover tegen Richard Stengel zei:

‘Je moet je eigen tuin vinden.’

Hij bedoelde dat in symbolische zin. Zijn tuin was namelijk een schuilplaats voor de drukke buitenwereld. Niet zozeer om zich aan die wereld te ont­trekken, maar om weer nieuwe energie op te doen. Een plek van hernieuwing, want voor Mandela was zijn leven ten dienste gesteld aan anderen.

Erfenis

Het is een prachtig geschenk dat Nelson Mandela ons heeft nagelaten. Een uitdaging ook om zijn werk voort te zetten. Ook Mandela was maar een gewoon mens van vlees en bloed, net als jij en ik.

Het moet dus mogelijk zijn om al was het maar een klein beetje van wat hij op het vlak van de vrede gecreëerd heeft, voor elkaar te krijgen. Hopelijk heeft dit artikel daarvoor al de nodige inspiratie ge­geven.

Hoe nu verder

Hoe prettig het wellicht ook is om te weten met welke kwaliteiten Nelson Mandela aan vrede heeft gewerkt, vrede creëren vraagt ook een bewuste manier van communiceren. In de volgende artikelen reik ik handvatten aan om de taal van de vrede te leren en compassievol te communiceren.

 

Elly de Lezenne Coulander

3 gedachten over “Vrede begint bij jezelf – deel 2

  1. Joke

    Dank je Elly, ik heb hier veel aan. Ik heb al jaren een heel moeizaam kontakt met mijn buurvrouw, vol met vernederingen en grenzen overschrijdend. Ik zie dat het mijn oude pijn is, maar ook haar oude pijn. Af en toe is het echt heel heftig. Door je artikel heb ik weer wat nieuwe handvaten gekregen. Liefs Joke

  2. Elly de Lezenne Coulander Berichtauteur

    Hi Joke,
    Dank je wel voor je reactie. Wat fijn dat dit artikel je helpt. In de volgende artikelen ga ik aangeven hoe je ook vredelievender kunt communiceren. Daarin vind je ongetwijfeld nog meer handvatten.

Reageren mag hier:

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s